Faites un don

Een familielid met alzheimer? Begrijp wanneer erfelijkheid een rol speelt

Soutenez-nous

En soutenant la Fondation Recherche Alzheimer, vous contribuez au financement de la recherche scientifique belge pour prévenir, traiter et guérir la maladie d'Alzheimer et les maladies apparentées.

Een veel voorkomende bezorgdheid

Een vraag die regelmatig terugkomt: “Mijn vader en mijn grootvader hadden alzheimer. Betekent dit dat ik de ziekte ook zal krijgen?” Alzheimer komt vooral op hogere leeftijd vaak voor, waardoor veel mensen de ziekte in hun familie of omgeving kennen. In België leven momenteel ongeveer 220.000 mensen met de ziekte van Alzheimer. Concreet betekent dit dat ongeveer 1 op de 20 mensen ouder dan 65 jaar ermee te maken krijgt, oplopend tot ongeveer 1 op de 3 mensen boven de 85 jaar.

Op basis van statistieken van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) lijkt het dan ook bijna onvermijdelijk dat iemand in zijn omgeving of familie iemand kent die door de ziekte is getroffen. Dit kan al snel de indruk wekken dat alzheimer van generatie op generatie wordt doorgegeven, en daardoor angst veroorzaken.

Twee duidelijk verschillende vormen

Om deze vraag goed te kunnen beantwoorden, moeten we eerst onderscheid maken tussen alzheimer die sporadisch voorkomt en de zeldzame erfelijke vormen van de ziekte. De meest voorkomende vorm is de sporadische vorm van de ziekte van Alzheimer. Deze vorm vertegenwoordigt ongeveer 99% van de gediagnosticeerde gevallen. Bij deze vorm is er geen sprake van een eenvoudig rechtstreeks overervingspatroon. Leeftijd is de belangrijkste risicofactor, maar ook genetische, medische en leefstijlfactoren kunnen een rol spelen.

Daarnaast bestaat er de familiaire, erfelijke vorm van de ziekte van Alzheimer. Deze vorm vertegenwoordigt slechts ongeveer 1% van de gevallen en ontstaat door een mutatie in bepaalde genen die binnen families kan worden doorgegeven. Bij de sporadische vorm ontstaan de eerste symptomen gemiddeld rond de leeftijd van 70 jaar. Bij de erfelijke familiale vorm kunnen de symptomen daarentegen veel vroeger optreden, soms al vanaf 30 of 40 jaar, afhankelijk van de specifieke genetische mutatie.

De ziekte van Alzheimer is een neurodegeneratieve aandoening die de hersenen aantast. Ook de oorzaken verschillen tussen beide vormen. Bij de meerderheid van de gevallen van de sporadische vorm kunnen verschillende factoren een rol spelen bij het ontstaan van de ziekte. Geen van deze factoren is op zichzelf bepalend; ze worden daarom beschouwd als risicofactoren.

Sommige van deze risicofactoren zijn genetisch bepaald. Ze kunnen de kans op het ontwikkelen van de ziekte verhogen, zonder dat ze de ziekte noodzakelijk veroorzaken. We spreken dan over genetische vatbaarheidsfactoren. Deze kunnen voorkomen bij mensen die nooit alzheimer zullen ontwikkelen en omgekeerd kunnen ze ontbreken bij mensen die wel alzheimer krijgen. Het gaat dus om een aanleg en niet om een noodlot. Bij de erfelijke familiale vorm ligt dit anders. Daar is de genetische oorzaak bepalend. Een specifieke ziekteveroorzakende mutatie leidt bij dragers ervan uiteindelijk tot het ontwikkelen van de ziekte.

Om het risico op het ontwikkelen van alzheimer in te schatten wanneer een naaste de ziekte heeft, is het daarom eerst belangrijk om te bepalen of deze persoon een erfelijke vorm heeft of dat de ziekte zich op latere leeftijd heeft ontwikkeld. In België worden familieleden van patiënten bij wie een erfelijke vorm van alzheimer is vastgesteld, doorgaans geïdentificeerd en opgevolgd door hun behandelend arts.

Wanneer het niet om een erfelijke vorm gaat, hangt het individuele risico af van een combinatie van verschillende factoren, zoals leeftijd, geslacht, voedingspatroon, lichamelijke en mentale activiteit en onderliggende aandoeningen, bijvoorbeeld diabetes of hart- en vaatziekten.

Waarom beide vormen bestuderen?

Een belangrijk inzicht uit het onderzoek naar erfelijke vormen is dat de genetische mutaties die deze vormen veroorzaken, onderzoekers kunnen helpen om bepaalde mechanismen van de ziekte beter te begrijpen. Sommige van deze mechanismen spelen mogelijk ook een rol bij de veel vaker voorkomende sporadische vorm. Daarom is het voor het alzheimeronderzoek bijzonder waardevol om zowel de zeldzamere erfelijke vorm als de veel vaker voorkomende sporadische vorm te bestuderen.

Het onderzoek van professor Wim Annaert

We willen daarom graag de vooruitgang van het onderzoek van professor Wim Annaert onder de aandacht brengen dat zich richt op mechanismen die een rol spelen bij de familiale vorm van de ziekte van Alzheimer. Door deze te bestuderen hopen de onderzoekers aanknopingspunten te vinden die ook relevant zijn voor de sporadische vorm van de ziekte.

Het laboratorium heeft ondermeer onderzocht hoe het eiwit preseniline 2 (PSEN2) functioneert. In familiale vormen is dit eiwit gemuteerd maar hoe dit uiteindelijk het ontstaan van de ziekte bevordert is nog niet duidelijk geweten

Onder normale omstandigheden werkt PSEN2 als een soort moleculaire schaar die een eiwitfragment, APP-CTF, doorknipt. Wanneer PSEN2 ontbreekt of gemuteerd is, werkt deze moleculaire schaar niet meer correct. Het fragment wordt dan niet op de juiste manier afgebroken en kan zich opstapelen.

Deze ophoping veroorzaakt vervolgens een keten van gevolgen die de communicatie tussen neuronen kan verstoren. Op langere termijn kunnen deze verstoringen leiden tot een verminderde synaptische plasticiteit en geheugenproblemen. Met betrekking tot het onderliggende mechanisme, ontdekten de onderzoekers dat een verandering van PSEN2 interne recyclering- en afbraaksystemen van neuronen en immuuncellen in de hersenen kan verstoren. Mogelijk gebeurt dit al in een vroeg stadium, nog voordat er klinische symptomen optreden.

Deze bijzonder veelbelovende resultaten konden worden gepubliceerd in gerenommeerde wetenschappelijke tijdschriften zoals Nature Communications en Developmental Cell.

Een nieuwe therapeutische piste

Op therapeutisch vlak tonen deze bevindingen aan dat naast de vorming van toxische amyloide fragmenten, ook de ophoping van het eiwitfragment APP-CTF in het oog moet gehouden worden en mogelijks een bijkomende aangrijpingsplaats vormen voor de behandeling van de ziekte van Alzheimer.

Wanneer deze ophoping in theorie kan worden voorkomen en de communicatie tussen de neuronen kan worden hersteld, zou dit mogelijk een beschermend effect kunnen hebben tegen de schade die zich in de hersenen ontwikkelt.

L'impact de votre soutien

Découvrez les projets soutenus grâce à vous.

RecherchePresse

Recherche

Recherche

RecherchePresse

Numéro d’identification du registre national:

Vous le trouverez à l’arrière de votre carte d’identité. Il se compose de 11 chiffres dont les six premiers correspondent à votre date de naissance.

Numéro de donateur:

Votre numéro de donateur figure sur l’ensemble des courriers qui vous sont adressés, à droite , au-dessus de vos noms et adresse.

Nationaal nummer:

U vindt het op de achterkant van uw identiteitskaart. Het bestaat uit 11 cijfers, waarvan de eerste zes cijfers overeenkomen met uw omgekeerde geboortedatum.

Donateursnummer:

Uw donateursnummer staat op al onze briefwisseling, rechts bovenaan uw naam en adres.