Al meer dan 30 jaar leeft Stopalzheimer volgens het motto: “Onderzoek brengt hoop.” Vandaag wordt die hoop langzaam werkelijkheid. De ziekte van Alzheimer (AD) blijft wereldwijd de belangrijkste oorzaak van dementie, treft miljoenen families en legt een enorme druk op de gezondheidszorg. Ondanks de complexiteit en de vele factoren die een rol spelen, tonen recente doorbraken dat decennia van onderzoek hun vruchten afwerpen. We zien nu de eerste successen in therapieën die het verloop van de ziekte daadwerkelijk kunnen beïnvloeden — een mijlpaal die ooit onmogelijk leek.
Waarom alzheimer zo uitdagend is?
Alzheimer wordt niet door één enkele oorzaak bepaald. Het is een kettingreactie van veranderingen in de hersenen: ophoping van toxische eiwitfragmenten, ontstekingen en het falen van cellulaire systemen die zenuwcellen gezond houden. Deze complexiteit verklaart waarom effectieve behandelingen zo moeilijk te vinden zijn. Maar dankzij doorbraken in immunotherapie, gentherapie en strategieën om cellulaire gezondheid te herstellen, maakt de wetenschap snelle vorderingen.
De eerste ziekte-modificerende medicijnen
In 2023 keurde de Amerikaanse ‘Food and Drug Administration’ of FDA Lecanemab (Leqembi) goed, het eerste medicijn dat het verloop van alzheimer kan vertragen. Na een lange periode van debat tussen wetenschappers en toezichthouders volgde Europa in april 2025. Andere vergelijkbare medicijnen, zoals Donanemab en Trontinemab, komen eraan. Deze behandelingen zijn monoklonale antilichamen die zich richten op amyloïd-β (Aβ), een giftig eiwitfragment dat een plakkerige neerslag vormt in de hersenen van alzheimerpatiënten.
Hoe effectief zijn ze?
Lecanemab en Donanemab verminderen amyloïdplaques met ongeveer 25-30% en vertragen cognitieve achteruitgang met 25–35% over 18 maanden bij patiënten in een vroeg stadium. Trontinemab, nog in klinische proeven, lijkt nog veelbelovender: tot 70% van de patiënten vertoont diepe plaque-verwijdering binnen zes maanden. Deze anti lichamen werken door ‘ziekte-uit geputte’ microglia — immuun cellen in de hersenen — te activeren, zodat ze de opgehoopte schadelijke amyloïd fragmenten “opruimen”. Toch zijn er risico’s. Ze kunnen hersenzwelling of bloedingen veroorzaken, vooral bij mensen met bepaalde genetische profielen (zoals APOE4-dragers). De meeste bijwerkingen zijn beheersbaar door dosisaanpassing, maar de behandeling gebeurt via een infuus en patiënten hebben regelmatige MRI-scans nodig, wat deze therapieën duur en moeilijk toepasbaar maakt. Zelfs in rijke landen zal beperkte toegang tot geavanceerde beeldvorming de een brede uitrol vertragen. Dit benadrukt de noodzaak van eenvoudigere, betaalbare alternatieven.
Gen-silencing: de oorzaak aanpakken
Een andere veelbelovende strategie gebruikt antisense-oligonucleotiden (ASO’s)—kleine stukjes genetisch
materiaal die schadelijke eiwitten uitschakelen. Eerste testen gericht op tau, een ander belangrijk alzheimereiwit, lieten tot 60% reductie zien en tekenen van verbeterde cognitie over twee jaar. Andere ASO’s richten zich op APP, de bron van amyloïd, en tonen succes in laboratoriummodellen door amyloïd ophoping te verminderen en vroege cellulaire defecten te herstellen, met name in zogenaamde lysosomen. Hoewel toediening en duurzame werking nog uitdagingen vormen, leggen deze benaderingen een verband tussen ziekteveroorzakende eiwitten en het falen van het ‘afvalverwerkingssysteem’ van de cel, de lysosomen.
Lysosomen werden ontdekt door de Belgisch Nobelprijswinnaar Christian De Duve, die reeds in 1963 hun rol in het afbreken van afval en het gezond houden van cellen erkende. Vandaag weten we dat wanneer lysosomen niet goed werken, giftige eiwitten zich ophopen en neurodegeneratie veroorzaken. Dit inzicht heeft de interesse in medicijnen die lysosomale functies verbeteren aangewakkerd. Een opvallende kandidaat is Blarcamesine, een kleine molecule ontwikkeld door het biotechbedrijf Anavex. Het activeert de sigma-1 receptor, waardoor lysosomale en mitochondriale functies verbeteren—de laatste zijn de energiebron van de cel. Door deze systemen te herstellen, helpt blarcamesine zenuwcellen gezond te blijven en vermindert het degeneratie.
Recente fase 2b/3-proeven tonen aan dat blarcamesine cognitieve achteruitgang met 30–40% vertraagt over 48 weken, met voordelen die tot vier jaar aanhouden. Vroeg starten geeft de beste resultaten. In tegenstelling tot antilichaamtherapieën veroorzaakt blarcamesine geen hersenbloedingen en wordt het oraal ingenomen, wat het goedkoper en gemakkelijker te verspreiden maakt—zelfs in minder ontwikkelde landen. Aanvragen in Europa worden momenteel onderzocht. Een ander veel belovend geneesmiddel is Zervimesine (Cognition Therapeutics), een sigma-2-receptor antagonist die protectieve effecten vertoont door het verdrijven van toxisch amyloïd uit neuronen. Interessant genoeg heeft het in vroege klinische studies veiligheid en potentiële werkzaamheid aangetoond bij meerdere neurodegeneratieve aandoeningen, waaronder de ziekte van Alzheimer maar ook dementie met Lewy Bodies. Als de volgende klinische onderzoeken succesvol zijn, zou het een nieuwe ziekte-modificerende optie voor deze vormen van dementie kunnen vertegenwoordigen.
Amyloïdvorming voorkomen
Het succes van plaque-verwijderende antilichamen heeft de interesse in het voorkomen van amyloïdophoping opnieuw aangewakkerd door de verwerking van APP te veranderen en de overproductie van giftige fragmenten te voorkomen. Onderzoekers richten zich op γ-secretase, een enzymatische schaar dat APP in korte amyloïde fragmenten knipt. Initiële pogingen om het enzyme volledig te blokkeren faalden omwille van ernstige bijwerkingen; maar nieuwe γ-secretase- modulatoren (GSM’s) passen de activiteit aan om kortere, onschadelijke fragmenten te produceren. Roche leidt hierin proeven met GSM’s van de volgende generatie met goede veiligheids profielen, die dosisafhankelijke verlaging van giftige peptiden en toename van kortere peptiden laten
zien. Fase 2-proeven zijn gepland voor vroege stadia van AD, gericht op preklinische of prodromale fasen waarin amyloïde productie begint. Belgische wetenschap pers, zoals prof. Lucia Chavez-Gutierrez én gesteund door Stopalzheimer, boeken ook vooruitgang door structuurbiologie te combineren met AI-gestuurde ‘slimme’ medicijnontwerpen en dit via het spinoff bedrijf Trim TX.
De toekomst: combinatie en personalisatie
De volgende grote stap is het combineren van deze benaderingen. Terwijl anti-amyloïdantilichamen het bewijs leveren dat ziekte-modificatie mogelijk is, maken hun bescheiden effectiviteit en veiligheidsproblemen aanvullende strategieën noodzakelijk. Kleine moleculen zoals blarcamesine en GSM’s bieden orale, schaalbare opties die eerder in het ziekte proces kunnen worden ingezet of in combinatie na anti lichaambehandeling. Vooruitgang in biomarkers — zoals bloedtesten voor tau en amyloïd — en gene tische profilering zal gepersonaliseerde behandeling mogelijk maken, waarbij patiënten worden gekoppeld aan de therapieën die het meest waarschijnlijk helpen. Het lijkt erop dat alzheimer een beheersbare aandoening zou kunnen worden in plaats van een onvermijdelijke achteruitgang. Maar medicatie is slechts een deel van de oplossing. Levensstijl speelt ook een rol. Gezonde voeding, regelmatige lichaamsbeweging, mentale stimulatie en het vermijden van vervuiling kunnen het risico op alzheimer aanzienlijk verminderen. Preventie en behandeling moeten daarom hand in hand gaan.
Waarom financiering cruciaal is
Geen van deze doorbraken zou bestaan zonder decennia van onderzoek — en onderzoek heeft financiering nodig. Voortdurende investeringen zijn de enige manier om veelbelovende ideeën nu ook om te zetten in echte behandelingen. We moeten nu handelen. We zijn op de goede weg, maar een blijvende financiële steun is de enige weg om deze ziekte te verslaan!